Onbewuste

Het onbewuste is, misschien een beetje flauw gezegd, alles waar je je niet bewust van bent. Zo door de dag heen doe je best veel dingen onbewust of op de "automatische piloot". Het onbewuste is vele malen groter dan dat waar we bewust mee bezig kunnen zijn.

Veel dingen die je onthoudt bevinden zich ook in het onbewuste. Denk maar eens aan je eigen telefoonnummer, heb je hem nu in gedachte? Waar was je telefoonnummer voordat ik die vraag stelde? Precies, in je onbewuste. Je hebt het wel onthouden en je was er niet bewust mee bezig.

Het onbewuste heeft heel veel functies, zo bevinden zich daar de emoties, werkt het met herinneringen en bestuurd en beschermd het het lichaam. Vooral dat laatste is een erg belangrijke functie. Sommige gedragingen die nu niet meer functioneel zijn komen voort uit zelfbescherming die ooit heel nuttig was. Doordat je omgeving veranderd en je jezelf ontwikkeld is die bescherming op die manier soms niet meer nodig en kan het zelfs in de weg gaan zitten.

Een context is een omgeving waar je in bevindt. Voorbeelden van contexten zijn werk, vereniging en relatie.

Gedrag is alles wat je van iemand aan de buitenkant kan waarnemen, wat je als het ware met een camera zou kunnen vastleggen. We komen gedrag onder andere tegen als het één na laagste niveau van de Neurlogische Niveaus.

Je hebt vast wel dat je van binnen, in je hoofd dus, beelden kan zien, geluiden kan horen, met jezelf kan praten of iets kan ruiken of proeven. Al die dingen die je intern kan waarnemen noemen we je "Interne voorstelling". Die interne voorstelling kan gebaseerd zijn op waarnemingen die je ooit met je zintuigen hebt gedaan, bijvoorbeeld in het geval van een herinnering. Je kan ze ook volledig van binnen construeren.

De modaliteiten zijn onze zintuigen, de manier waarop we de wereld om ons heen kunnen waarnemen. We hebben het dan over zien, horen, voelen, ruiken en proeven. In NLP gebruiken we daar de termen Visueel, Auditief tonaal, Kinesthetisch, Olfactoir en Gustatoir voor. Gezamenlijk worden ze vaak als de afkorting VAKOG genoemd.

Een nominalisatie is een stilgezet werkwoord. Zo wordt het woord "communiceren" na nominalisatie "communicatie".

Overtuigingen zijn de dingen die voor jou waar zijn. De kernwoorden hierin zijn "voor jou", ze hoeven niet per definitie overeen te komen met de waarheid van iemand anders of met een objectieve waarheid.

Predicaten zijn woorden die passen bij een specifiek representatie systeem. Als je bekend bent met de voorkeur van je gesprekspartner dan kan je de impact van je communicatie vergroten door predicaten te gebruiken die passen bij die voorkeur.

Systeem is een term uit het systemisch werk. Een systeem is een groep mensen die op wat voor manier dan ook een relatie met elkaar hebben, bijvoorbeeld een familie, gezin, collega's, groep cursisten of buren.

Trance is een term die we gebruiken in plaats van hypnose, maar ze zijn het zelfde. Bij hypnose denken mensen vaak aan iets wat ze op TV hebben gezien en trance heeft die associatie niet.

Waarden zijn de dingen die je belangrijk vindt. Je gebruikt ze om vooraf keuzes te maken en achteraf om het resultaat te evalueren.

We hebben allemaal een wereldmodel, een model van de wereld. Dat model van de wereld omvat alles wat we vinden van de wereld om ons heen en hoe we denken dat die werkt en in elkaar zit.