Overtuigingen

Overtuigingen zijn de dingen die voor jou waar zijn. De kernwoorden hierin zijn "voor jou", ze hoeven niet per definitie overeen te komen met de waarheid van iemand anders of met een objectieve waarheid.

Overtuigingen beginnen vaak met een idee. Dat idee wordt dan vervolgens bevestigd door iets wat gebeurd, en zo groeit langzaam een overtuiging. Je zou bijvoorbeeld het idee kunnen hebben dat je nog niet zo goed bent in klussen in huis. Vervolgens ga je toch proberen dat schilderij op te hangen, en je slaat daarbij met de hamer op je vingers. Je denkt: "Zie je nou wel, ik kan er niets van!". Op zo'n moment kan de overtuiging ontstaan dat je slecht bent in klussen.

Overtuigingen kunnen ook helpend zijn. Stel je hebt de overtuiging dat je juist heel goed bent in klussen in en om het huis, en je slaat dan eens met de hamer op je vinger, dan denk je misschien "Dat kan de beste overkomen ...", en als de overtuiging sterk genoeg is misschien zelfs aangevuld met "... sterker nog, het ís de beste overkomen!". Op basis van de je overtuigingen kan dezelfde situatie dus tot een heel ander resultaat leiden.

Sommige overtuigingen, ook als ze niet helpend zijn, kunnen wel reëel zijn. Als je door een lichamelijke beperking niet kan lopen dan is de overtuiging dat je nooit olympisch goud op de 100 meter hordelopen zal winnen heel reëel. Sommige overtuigingen zijn als een oude plaat die blijft hangen: Je blijft het tegen jeezelf zeggen, en ondertussen klopt die overtuiging niet meer met hoe je nu bent als persoon. Je groeit en leert immers je hele leven lang. Daarom is het belangrijk om vooral je niet helpende overtuigingen kritisch te bekijken: Zijn ze reëel? Of is het misschien een oude overtuiging die al lang niet meer waar is?