Rapport

Rapport is één van de belangrijkste concepten in NLP, mogelijk ben je de term daar buiten ook al tegen gekomen. Rapport is de "Klik" die je met een gesprekspartner kan ervaren, dat gevoel dat je iemand al langer kent terwijl je die net ontmoet hebt.

Gelukkig is bijna iedereen uit zichzelf al goed in het maken van rapport. Soms gaat het echter minder vanzelf en dan is het goed om te weten hoe je bewust extra rapport kan maken.

Mirroring en Matching

Om rapport te maken kan je mirroring (spiegelen) en matching (afstemmen) op de ander. Hierbij maak je bewust overeenkomsten in gedrag. Bij mirroring neem je bijna het gehele gedrag over, bij matching doe je dat maar voor een deel. Het idee hierbij is dat mensen houden van mensen die lijken op zichzelf, door overeenkomsten te maken geef je het onbewuste signaal: Ik ben net zoals jij.

Overeenkomsten die je kan maken zijn:

  • Woorden: Herhaal belangrijke woorden, gebruik dezelfde predicaten
  • Tonaliteit: Praat op het zelfde volume, tempo en toonhoogte
  • Fysiologie: Neem dezelfde houding aan, synchroniseer de ademhaling

Nu klinkt dat misschien wat raar, dat overnemen, toch doen we dat onbewust altijd al. Kijk maar eens om je heen naar mensen die met elkaar in gesprek zijn, veelal hebben ze een houding die sterk op elkaar lijkt.

Volgen, volgen, volgen ... leiden

Om rapport te bouwen is het zaak om te volgen, nog meer te volgen, en nog meer te volgen ... net zolang tot je merkt dat je kan gaan leiden. Tijdens dat volgen maak je steeds meer overeenkomsten en ga je mee in wat de ander verteld.

Indicatoren van rapport

Als je rapport hebt kan je dat merken aan deze indicatoren:

  • Verandering van de gelaatskleur
  • Het delen van vertrouwelijke informatie, vragen "Ken ik jou niet ergens van?"
  • Het gevoel van vertrouwen
  • De ander volgt als jij iets veranderd

Als je merkt dat je rapport hebt kan je beginnen met een kleine verandering in je houden, je gaat bijvoorbeeld net in een andere houding zitten en kijkt of de ander hierin mee gaat. Als dat het geval is kan je gaan leiden en bereiken wat je wil bereiken met het gesprek.

Heb je je wel eens afgevraagd hoe je dat eigenlijk doet, iets nieuws leren? Eigenlijk is het raar dat zoiets op scholen nauwelijks aandacht krijgt. Het 4-staps leerproces geeft je inzicht in de stappen die we allemaal doorlopen als we iets nieuws leren.

De basis vooronderstellingen zijn 4 uitgangspunten waarop NLP verder gebouwd is. De NLP vooronderstellingen bouwen hier verder op door.

Gedrag is alles wat je van iemand aan de buitenkant kan waarnemen, wat je als het ware met een camera zou kunnen vastleggen. We komen gedrag onder andere tegen als het één na laagste niveau van de Neurlogische Niveaus.

Herkaderen is één van de simpelste technieken uit NLP. Met herkaderen ga je op een andere, vaak positievere, manier kijken naar gedrag of een gebeurtenis.

De Hiërarchie van Ideeën geeft je inzicht het niveau van abstractie of details van jouw communicatie.

Meta-Programma's zijn onbewuste filters. Het zijn filters die horen bij je karakter en bepalen hoe je handelt. Voor alle Meta-Programma's geld dat iedereen een voorkeur heeft, het is je uitgangspunt wat je het minste energie kost. Met wat meer moeite en oefening is het mogelijk ook de andere mogelijkheden in te zetten. Welke Meta-Programma's je inzet is vaak ook context afhankelijk.

Het Miltonmodel is gemaakt door Richard Bandler en John Grinder nadat ze Milton Erickson bestudeerd hadden. Het omvat enkele taalpatronen waarbij je opzettelijk vaag en abstracte taal gaat gebruiken. Hierdoor geeft iedereen zijn eigen invulling aan wat je verteld.

De model van de Neurologische Niveaus, soms ook de Logische Niveaus genoemd, is in de jaren '90 ontwikkeld door Robert Dilts. Het bestaat uit 6 niveaus die inzicht geven in communicatie, verandering en gedrag.

Je hebt vast wel eens gezien dat iemand snelle oogbewegingen maakt als je een vraag stelt. Die oogbewegingen lijken misschien willekeurig, dat zijn ze niet. Ze hebben betrekking op hoe je toegang krijgt tot intern opgeslagen informatie.

Predicaten zijn woorden die passen bij een specifiek representatie systeem. Als je bekend bent met de voorkeur van je gesprekspartner dan kan je de impact van je communicatie vergroten door predicaten te gebruiken die passen bij die voorkeur.

Iets wat je door heel NLP veel terug vind zijn de representatie systemen. De representatie systemen, ook wel modaliteiten genoemd, zijn in de basis je zintuigen. Je ziet, hoort, voelt, ruikt en proeft. In NLP termen hebben we het dan over Visueel, Auditief tonaal, Kinesthetisch, Olfactoir en Gustatoir. Gezamenlijk worden ze vaak als de afkorting VAKOG genoemd.

Heb jij je wel eens afgevraagd hoe iemand iets doet waar die persoon heel goed in is? En zou je een makkelijke manier willen leren hoe je je dat eigen zou kunnen maken? Of zou je willen ontdekken hoe jij de dingen doet waar je zelf goed in bent? Dan bevind je je op het terrein van de strategieën.

Submodaliteiten zijn, zoals de naam misschien al doet vermoeden, een verdere verfijning van de modaliteiten. In de praktijk kom je ze overal tegen en zitten ze bijna overal onder.

De NLP Vooronderstellingen zijn een aantal inzichten die verzameld zijn van alle succesvolle personen die onderzocht zijn om uiteindelijk tot NLP als methodiek te komen. Het zijn de overtuigingen van NLP en bouwen voort op de basis vooronderstellingen.

Waarden zijn de dingen die je belangrijk vindt. Je gebruikt ze om vooraf keuzes te maken en achteraf om het resultaat te evalueren.

Om een situaite zo goed mogelijk te kunnen beoordelen is het belangrijk om deze vanuit minimaal drie verschillende invalshoeken te benaderen. Die stelling van Gregory Bateson vormt de basis van de Waaneemposities.

Bij zintuiglijke scherpzinnigheid gaat het om zo veel mogelijk en exact mogelijk waar te nemen. Als je met iemand in gesprek bent laat die vaak kleine veranderingen in z'n gezichtsuitdrukking of lichaamstaal zien, het waarnemen van deze kleine veranderingen maakt het mogelijk beter met de ander in contact te komen.